Wat nieuws van het thuisfront…
Kerstboom
Ik ben de eerste echte werkdag van 2012 begonnen met het planten van een kerstboom!
Een zaadje voor een kerstboom.
Zo hebben we er op den bureau allemaal eentje. Gekregen van de baas voor onze kerst. En nu veel liefde en water geven. En groeicompetitie houden op den bureau.
En volgend jaar onze kerstboompjes versieren
Zalig Kerstfeest
Over spaties en puntjes
Zo. De K-ogel is door de K-erk. De beslissing is genomen. De K.U.Leuven – mijn werkgever – verandert van naam, en wordt KU Leuven.
Ziet u het verschil? De puntjes. En de spatie.
Natuurlijk is de verandering wat fundamenteler dan dat – het gaat er vooral om dat de lange vorm “Katholieke Universiteit Leuven” minder gaat gebruikt worden, maar toch. De letterafkorting wordt aangepast. De puntjes verdwijnen, de spatie verschijnt. En in september komt er een nieuw logo.
Man, dat wordt leuk. Zo’n subtiele verandering, dat duurt wel eventjes voor dat doorgevoerd is. Als de naam nu radicaal veranderd was – stel u voor dat we voortaan een hippe naam zoals leuven.edu of iUniv zouden voeren – dan zou de oude naam overal erg opvallen en relatief snel verdwijnen. Maar nu is de verandering zo subtiel dat we over 10 jaar nog altijd ‘K.U.Leuven’ zullen lezen, net zoals we nu ook nog altijd “KUL” horen of lezen, hoewel dat al jaren ontmoedigd wordt.
Maar kom, iedereen zal ongetwijfeld zijn best doen om de aanpassing door te voeren. Als je weet dat ik communicatieverantwoordelijke van de centrale ICT-dienst van de universiteit ben, en wij honderden toepassingen hebben draaien waarin “K.U.Leuven” duizenden keren voorkomt, dan moet ik in 2012 nog niet direct vrezen voor mijn dagelijkse boterham…
Ik vond het vooral grappig om uitgerekend in De Standaard te lezen dat “K.U.Leuven” voortaan als “KU Leuven” zou geschreven worden. Dat is grappig als je weet dat De Standaard al jaren “KU Leuven” schrijft. Omdat ze de officiële spelling volgen. Alhoewel.
Ik vind zoiets dus heel boeiende materie eh, de schrijfwijze van afkortingen. Ik neus dikwijls rond op taalwebsites, waar je daar mooie artikels over vindt.
Het komt er op neer dat een afkorting van een eigennaam normaal zonder puntjes wordt geschreven. We schrijven dus “NMBS” en niet “N.M.B.S.”. We schrijven “VRT”, niet “V.R.T.”. En we schrijven “Sabena” (ja, dat was ook een afkorting), niet “S.a.b.e.n.a.”. Maar ook niet “SABENA” of “S.A.B.E.N.A.”. Want ook voor de hoofdletters zijn regels. Spreken we de letters apart uit (een initiaalwoord), dan houden we de hoofdletters van de eigennaam. Spreken we de afkorting als een woord uit (een letterwoord), dan worden de letters klein. Vandaar dus NMBS en Sabena.
En dus. Volgens diezelfde regel was “K.U.Leuven” helemaal verkeerd. Ten eerste hoefden er geen puntjes te staan na de K. en de U., en ten tweede mocht die Leuven er natuurlijk niet aanplakken. Dus De Standaard schreef dat (samen met anderen) netjes als “KU Leuven”. Correct Nederlands.
Maar. Dan is er het donorprincipe. Waarbij een organisatie die een eigennaam voert, zelf mag bepalen hoe die geschreven wordt. En daar wordt er met twee maten en twee gewichten gewerkt. Ik erger me bijvoorbeeld groen aan de “vtm” in kleine letters die VTM tegenwoordig graag ziet, maar de kranten respecteren hun keuze wel, en hebben het dus over “de pax media tussen VRT en vtm”. Of over StuBru. Of over PvdA.
Maar niet over “K.U.Leuven”. Om een of andere reden werd die universitaire wens nooit gerespecteerd. Misschien omdat de media het ook allemaal niet meer wisten. Katholieke Universiteit Leuven, Kul, Kulak, K.U.Leuven, KULeuven, KU Leuven, …: één pot nat zeker?
Men schrijve en notere: vanaf nu is het KU Leuven.
Al ben ik zeker dat een naamswijziging naar “Leuven Vlaams” beter zou blijven hangen in het collectieve geheugen
Glazen huisjes
Ik passeer quasi dagelijks aan het Glazen Huis in Leuven, waar dit weekend de jaarlijkse StuBru-benefietshow weer van start kan gaan.
Al weken zijn ze daar in de weer in Leuven, met het opbouwen van een studio, van containers, van een groot podium op het dak, en van een heleboel zaken rondomrond. Het stationsplein staat goed vol. Wat een verschil met de eerste, gezellige edities.
Ik ben niet op de andere plaatsen gaan kijken, maar ik veronderstel dat ze in Gent en Antwerpen de afgelopen weken hetzelfde hebben gedaan. Want deze laatste editie trekt rond. Drie glazen huizen.
Ben ik de enige die het daar moeilijk mee heeft? Ik twijfel niet aan de efficiëntie van de VRT en de opbouwers, maar die hele set op drié plaatsen helemaal gaan opbouwen, weken aan een stuk, en al dat materiaal driedubbel voorzien, om uiteindelijk een tweetal dagen (!) radio te maken vanuit zo’n studio, dat moet toch een smàk geld kosten? Geld dat misschien beter aan het goede doel besteed wordt? Music For Life bijvoorbeeld?
Enfin, ik wens de presentators en de luisteraars een fijne radiotijd toe. En een mooie opbrengst. En een gezonde darmflora.
Klaar voor de feestdagen!
Dat dieet waar ik een tijdje geleden over gesproken heb?
Dat zit er nu echt wel helemaal op.
Ik ben net terug van de diëtiste (na drie maanden zelf mijn plan trekken) en ondanks enkele opmerkingen (‘t is een strenge!) heb ik complimenten gekregen, en hebben we geen volgende afspraak meer vastgelegd.
‘t Zit er op dus, al is dat relatief. Het is natuurlijk de bedoeling dat ik een blijvende verandering in mijn eet- en leefpatroon aanhoud, en de kilo’s er dus af hou. Laat de feestdagen maar komen!
Balans na een klein half jaar nieuwe levensstijl: 19 kilo lichter, en 20 centimeter buikomtrek kwijt. En ik voel me een stuk fitter en leniger, mijn cholesterol is serieus omlaag, en ‘t schijnt dat ik er jonger uit zie. En ik heb een volledig nieuwe garderobe.
En nu vooral op gewicht blijven. In de twee richtingen, want minder is ook écht de bedoeling niet meer.
Gelukkig is mijn sterrenbeeld ‘Weegschaal’.
Frituurpan
Kijk! Kijk!
Een dubbele frituurpan in den Aldi, deze week:
Dat doet me eerlijk gezegd nogal denken aan dit stukje nostalgie:
De treinfilosofen
In Man Bijt Hond mag er dan misschien al een rubriekje “De Toogfilosoof” zijn, waarin de beste toogwijsheden worden prijsgegeven, maar de “treinfilosoof” zou alleszins ook een geslaagd concept kunnen zijn.
Als je volkse wijsheden wil horen over de politiek, de Dexia-crisis, en wat de burger er nu juist allemaal van voelt, dan moet je gewoon een willekeurige trein nemen op een werkdag rond 7 uur of rond 16.30 uur, en je oren spitsen.
Onderbouwde en verrassende stellingen gegarandeerd!
Lactose-intolerant
Tiens tiens. Ik sta in de gazet.
Niet met naam en toenaam, maar geciteerd. Door Veerle Malschaert, stand-up-comedienne. Een beste wel goeie, trouwens.

Die man, dat was ik. En mijn huisdokter zat twee rijen voor mij. En die viel compleet uit de lucht, over mijn aandoening
Een dozijn kilo’s
’t Is niet omdat ik hier niet veel meer schrijf, dat ik met niets meer bezig ben. Integendeel, net omdat ik met veel verschillende dingen bezig ben, blijft er weinig tijd en inspiratie over om te schrijven.
Toch neem ik vandaag graag even de tijd om uitgebreid te vertellen over een van de projectjes waar ik de afgelopen maanden mee bezig geweest ben. Eentje waar ik nog niet eerder over geschreven heb, omdat ik me er bijna voor schaamde, en waar ik nu eigenlijk heel trots over ben. Een dieet.

Schaamte, dat overvalt je als je op de weegschaal gaat staan en je – als je je buik intrekt – net kan zien dat er drie cijfers op de display staan. Trots, dat voel je als je tweeënhalf maand later bij de diëtiste buitenstapt die net gezegd heeft dat ze 12 kilo ruim genoeg vindt, en dat de strikte dieetfase bij deze afgesloten is.
How, maar wacht eens. Ik moet natuurlijk enorm opletten met wat ik hier schrijf. Ik wil niemand onnodige complexen bezorgen. Moést ik op dieet? Strikt genomen niet. Ik zat net niet in de gevarenzone (wat gezondheid betreft). Mijn BMI was met 26,5 aan de hoge kant, maar aanvaardbaar. Mijn buikomtrek was 93, wat onder de 94 cm is die voor een man gevaarlijk wordt. En de cholesterol in mijn bloed was lichtjes verhoogd. Een zwaar dieet was strikt gezien dus niet noodzakelijk, gewoon hier en daar wat opletten was voldoende geweest.
Maar ik voelde me niet goed in mijn vel. Ik vond mijn buik te dik, ik was voor het minste buiten adem, ik zweette me te pletter, en ik hield mijn vrouw uit haar slaap met mijn gesnurk. Want ja, er is een duidelijk verband tussen overgewicht en snurken.
Dus ben ik naar een diëtiste gestapt. Voor begeleiding. Afvallen op een verantwoorde manier. Een manier die vol te houden is.
Wie verwacht dat ik mijn succesdieet nu helemaal uit de doeken ga doen, en hét geheim van goed afvallen ga onthullen, moet ik teleurstellen. Want ik ben overtuigd dat een dieet persoonlijk is, voor iedere mens aangepast. En dat de stap naar een diëtiste dus het beste is wat je kan doen. Zij weet het best wat werkt en wat niet werkt voor jou. Zij kan bijsturen waar nodig. En zij volgt je op, en wijst je op je foutjes.
Ik volgde een dieet dat mijn collega’s bijzonder grappig vonden: eentje waarbij ik de hele dag aan een stuk aan het eten was. ’s Ochtends drie boterhammetjes, twee tussendoortjes in de voormiddag, ’s middags drie boterhammetjes en groentjes, twee tussendoortjes in de namiddag, en ’s avonds een warme maaltijd. Veel eetmomenten dus, maar de clue zat in wàt ik at, en vooral: hoeveel ik at. Beter veel verantwoorde eetmomenten, dan enkele ondoordachte schranspartijen, dat was het idee. Heel veel groenten, redelijk wat fruit. Veel volkorenproducten. Light-producten, Vitalinea yoghurtjes en consoorten. En van tijd eens een Grany-koek. Of een Special K reep.
De eerste twee weken waren hél. Maar het werkte. Ik ben eind juni begonnen, en ik ben vandaag 12 kilo lichter, mijn BMI is gezakt naar een mooie 23, ik ben 10 cm buikomtrek kwijt, ik laat binnenkort mijn bloed nog eens testen (maar ik ben er gerust in) en mijn vrouw haar nachtrust is aanzienlijk verbeterd (dus mijn gesnurk is serieus geminderd). Hoera!
Een voor- en na-foto? Sorry, daar heb ik weinig zin in. Dat zou het dieet wat terugbrengen tot een puur esthetische kwestie, en het is meer dan dat. Wie mij wil komen bekijken, kan altijd langskomen tijdens de openingsuren van de zoo. Het schijnt dat ik er jonger uit zie.
Maar dus wat mijn diëtiste betreft is het welletjes geweest, en mag ik naar de ‘versoepelingsfase’ overgaan. Het is uiteraard niet de bedoeling om terug te gaan naar mijn oude tussendoortjes- en vreetpatroon (zou zonde zijn van de inspanning), maar wel dat ik een evenwichtige levensstijl aanhoud, maar met af en toe eens een “gecontroleerde uitspatting”. Eens een frietje of een pasta met veel saus van tijd tot tijd kan dus zeker geen kwaad.
En eerlijk gezegd: een dieet zoals ik de afgelopen maanden heb aangehouden, dat kan ik wel een tijdje volhouden. Ik had niet het gevoel dat ik me vanalles en nog wat moest ontzeggen (ik mocht zelfs een chocolade mignonette na de maaltijd
), en dus zeker met een zonde van tijd tot tijd, kan ik dit behoorlijk lang volhouden. Denk ik. Volgende controle: vlak voor de feestdagen…
En dat is mijn dieetverhaal. Een persoonlijk verhaal. Wat voor mij werkt, werkt niet per se voor jou. Doe waar je je goed bij voelt, en raadpleeg een dokter of een diëtiste als je vindt dat het tijd is om aan je lichaam te werken. Werkt veel beter dan het op eigen houtje proberen – ik spreek uit ervaring.
Onderbroekenhumor
Hmmm. Hooi op de vork voor al wie durft te beweren dat we in een bedenkelijke buurt wonen:
Vorige week hebben we snoei- en kuiswerken georganiseerd rond ons huis. Onze tuin ligt er weer netjes bij, en is klaar voor de herfst, maar wat vonden we in onze haag, tussen de blaadjes…? Een onderbroek.
Voorzichtig werd het ding in de vuilbak gedeponeerd – het kwam nog net niet in aanmerking voor GFT.
Woensdag waren de dakgoten aan de buurt. En u raadt nooit wat we aangetroffen hebben in de dakgoot van het tuinhuis?
Een onderbroek.
Als u weet dat we langs een niet-verlichte binnenplaats met garages wonen, moet ik er verder geen tekeningske bij maken zeker?
De papegaai die een parkiet bleek te zijn
Gisteren zat ik rustig met Kobe in de zetel, toen Eveline vanuit de veranda riep:
“Kobe, Kobe, kom vlug! Vlug! Heel vlug!”
Kobe repte zich naar de veranda, want er was buiten blijkbaar iets speciaals te zien. En inderdaad, er zat een vreemde vogel op ons tuinhek:
Deze mooie vogel werd door ons direct geïdentificeerd als papegaai, maar bleek later een parkiet te zijn. Hoe dan ook: we hadden door dat dit geen beest was dat in hier in het wild leeft, en dat het dus vermoedelijk ergens in de buurt ontsnapt was.
Wat doe je dan? Aangezien het beest vrij rustig op ons hek bleef zitten (het was half verdoofd omdat het eerst tegen de ruit gevlogen was), hebben we snel de politie gebeld, die ons vriendelijk doorverwezen heeft naar de vogelbescherming.
Diezelfde vogelbescherming bleek het op dat moment heel druk te hebben met het vangen van een valk, dus ze vroegen ons vriendelijk om het beest zelf te vangen en binnen te brengen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar een kwartiertje, nog twee bonken tegen de ruit, en een huppeltocht met een laken in onze handen op straat later, zat het beestje wild om zich heen slaand maar veilig in een wasmandje.
En zo hebben Kobe en ik gisteren een onverwacht ritje gemaakt richting Malderen, naar het Vogelopvangcentrum. Daar wacht het beestje geduldig op zijn baasje. En ondertussen wordt het goed verzorgd, daar zijn we van overtuigd, want we hebben van een enthousiaste helpende knaap een mooie rondleiding gekregen tussen de steenuilen, kerkuilen, oehoe’s, valken, buizerds, eenden, zwanen, duiven, kippen, slangen, spinnen, schildpadden en konijnen. Die laatste vier zijn voor alle duidelijkheid geen vogels.
En zo werd een doodgewone zaterdag eventjes heel speciaal.
Stervende olifanten
Wat is het verband tussen “Also sprach Zarathustra” van Strauss en een bende stervende olifanten die bezig zijn aan hun laatste strijd?
Een Zweeds kinderorkest!
Hier heb ik vandaag mee in een lachbreuk gelegen:
En dan denken aan al die ouders in de zaal, die zooo àpetrots zijn op hun kleine uk.
“Den onzen in den enige die just speelt.”
Schitterend.


