Het is bijna 2009, en sociale internet-netwerken zijn in da houz. Er is weinig dat momenteel heter is op het grote interweb dan netwerksites als Feesboek, LinkedIn en soortgelijken. Feesboek dan vooral voor privé-contacten, LinkedIn voor werkcontacten. Althans dat is de bedoeling. In de praktijk is het een soep.
Ik ben hevig gebruiker en voorstander van alles wat Web 2.0 is. Ik juich bij elke nieuwe user-generated interactieve toepassing. Ik blog, jij wiki’t, hij flickrt, wij youtuben.
Maar na maanden proberen en het een kans geven, geef ik het op: ik vind Facebook, LinkedIn en aanverwanten rommel. Nep. Een zooi.
De bedoeling van een netwerksite als LinkedIn bijvoorbeeld, vind ik op zich geweldig: je kent heel wat mensen, en die mensen kennen heel wat mensen, dus eigenlijk ken je onrechtstreeks meer mensen dan je denkt. Als jouw netwerk hun netwerk aanspreekt, dan heb je zelf een zeer ruim tweedegraads- en derdegraadsnetwerk. Ik heb meer dan 542.000 mensen in mijn ruime netwerk. Dat kan tellen. Handig als ik eens iemand nodig heb.
Tot daar de nobele doelstelling. In de praktijk draait de site echter uit op een populariteitsmeting. Doordat je van iemand ziet hoeveel rechtstreekse connecties hij heeft, en doordat veel connecties blijkbaar goed zijn voor je ego, voegt iedereen Jan Piet Paultje toe aan zijn netwerk. Het is voldoende als je elkaar eens van op drie kilometer afstand gezien hebt, om iemand als ‘connectie’ te beschouwen. Ik krijg meerdere aanvragen tot connecten per week van mensen die ik van toeten noch blazen ken. Omdat ze toevallig mijn blog lezen of omdat ze mij in de Alma eens een kroket hebben zien eten. En omdat ze dan kunnen stoefen dat ze 334 mensen kennen!! Ferm!
Ik weiger die aanvragen. Want zo gaat heel de nobele doelstelling van LinkedIn in rook op. Wat heb ik aan een ruim netwerk van mensen die ik zogezegd kan aanspreken, als ik - wanneer puntje bij paaltje kom - de benodigde mensen eigenlijk van haar nog pluimen ken. Neen, bah. LinkedIn is nep.
Van Facebook krijg ik nog meer de kriebels. De complete overload van applicaties die je daar over je hoofd gestort krijgt, is immens. Ook op Facebook wil iedereen iedereens vriendje zijn, en vindt de meerderheid het heel plezant om allerlei leuke applicatietjes naar heel het netwerk te sturen. Ik word overstelpt met requests die me geen moer interesseren, en ik krijg inzage in de privé-levens en intieme foto’s van mensen die ik niet ken, en niet eens wíl kennen. Maar een vriend van een vriend, dat moet toch ook joúw vriend zijn, niet??
Ieder diertje zijn pleziertje, maar voor mij hoeft het allemaal niet.
Vandaar dat ik nogal ambetant was toen ik vanochtend in de krant las dat bedrijven tegenwoordig volop via Facebook rekruteren. Straffer nog!
Klassieke rekruteringskanalen gebruiken, doet Duval Guillaume niet meer. ‘Zelfs mensen die via mail hun cv en portfolio doorsturen contacteren we niet meer’, zegt Pieter Baert van DG. ‘Op het internet duiken genoeg getalenteerde mensen op.’
Ewel ee, als ze in een bedrijf nog niet eens de moeite doen om op een deftige brief of e-mail te reageren, dan vind ik dat lomp, en dan wíl ik al niet meer voor dat bedrijf werken. Neh.
Call me old-fashioned, maar ik communiceer graag per e-mail. Of ik vind het leuk als mensen een vaste telefoonlijn hebben - op een GSM weet je nooit of je stoort of niet. Of ik vind het heerlijk om een ouderwetse, niet-automatisch-updatende papieren krant in mijn handen te hebben. Of ik laat graag foto’s afmaken, en ik mijn vrouw plakt ze zelf in. Web 2.0 allemaal goed en wel, maar er zijn grenzen.
Ik hou wél graag een blog bij. Kwestie van af en toe eens férm te kunnen doorzagen.
PS: Voor alle duidelijkheid: ik viseer niemand van mijn Facebook-vriendjes persoonlijk met dit gezaag
Recente reacties