De hitteslag van het treinverkeer

Zoals beloofd, het uitgebreide verslag (ahum, zéér uitgebreid) van mijn wedervaren op de Leuvense trein vanavond.

Een verslag zonder foto’s. Ik zat op de eerste rij om alles mee te maken, maar ik had geen fototoestel bij me. Op zo’n moment denk je wel ‘ns “Had ik nu maar een GSM met een camera” maar aan de andere kant ben je eigenlijk blij dat je daar de ramptoerist niet aan het uithangen bent. Niemand trouwens, ik heb geen enkel fototoestel gezien.

Wel cameramannen. Van regionale zender ROB-TV, van VTM, en wat later ook van de VRT. VRT en VTM hebben over het ongeluk bericht in hun journaal van vanavond, ROB doet dat morgen, Webpalet doet dat nu.

Ik was aan de late kant om mijn trein te halen vanavond. Ik was iets te laat vertrokken op mijn bureau, en ik was nog teruggelopen om mijn flesje water mee te gritsen. “Want,” dacht ik, “dat ga ik kunnen gebruiken als ik me zo moet haasten in dit weer.”

Na een behoorlijk snelle fietstocht kwam ik om 17.02h aan in het Leuvense station. Daar heb ik om 17.04h een trein over Brussel, die net het station binnenreed, en om 17.05h een trein over Mechelen. Dikkie kwam ook net toe, om die trein naar Mechelen-Antwerpen te nemen.

Wanneer ik toekom in het station, kijk ik altijd even op de tv’s of de treinen uit Brussel geen vertragingen hebben. Als dat wel het geval is, riskeer ik niet mezelf vast te zetten in Brussel, en ga ik over Mechelen. De treinen uit Brussel hàdden bijna allemaal vertraging, maar de trein naar Mechelen had óók een kwartier vertraging. Het was het dagje niet voor de treinen.

Twijfel. Ga ik over Mechelen, mee met Dikkie, of toch over Brussel. Beslissing: over Brussel. Hup die trein in. Ondanks een probleem in Diegem, waar we moeten passeren. We zien wel.

Op de trein ontmoet ik Paul, een mede-pendelaar die ook naar Dendermonde moet. Meestal knikken we enkel, maar nu knopen we een gesprekje aan. Over de vertragingen. “Maar,” zegt Paul, “met deze trein heb ik nog nooit problemen gehad.”

Amper een minuut later gebeurt het. Ken je dat geluid, wanneer je in de auto zit, en er vallen takken op het dak? Stel je dat geluid voor, maar dan veel luider. Je zit in de wagon, je bent nét het station uit en plotseling hoor je dat geluid. Gekletter. Getril. De trein hangt scheef op een brug. Je hoort een kabel knappen. En dan het gepiep van plooiend ijzer. Je ziet stukken naar beneden komen. De “voelsprieten” die op het dak van de trein staan (om de bovenleidingen af te tappen) plooien, en met een harde klap bungelt er plots een van die ijzerstellen naast het raampje waar je zit. En dan begint de trein hard af te remmen, en staat ze stil. Scheefhangend, op de brug.

De hierboven beschreven paragraaf heeft zich afgespeeld in en rond onze wagon, die het epicentrum was van de “crash”. Dit alles zal vijf, maximum tien seconden geduurd hebben. Maar op dat moment hou je je hart vast. Je weet niet wat er gebeurt, je denkt dat de trein aan het ontsporen is, of helemaal aan het verbuigen is, en dat er zometeen een grote ramp gaat gebeuren. Wanneer de trein stil staat, besef je wat er gebeurd is, en word je weer rustig. Je weet: “we staan stil, we zijn veilig, maar we zitten vast voor minstens een uur”.

Niet iedereen schijnt dat te snappen. De conducteur was in onze buurt toen het gebeurde. Ook hij was uiteraard nogal geschrokken. Wanneer hij weer bij zijn positieven is, haast hij zich naar voren, door onze wagon. Een medereiziger klampt hem aan en vraagt wat er aan de hand is. Haastig zegt de conducteur dat hij het niet weet, en dat er info volgt. De reiziger is ontgoocheld met het antwoord en begint direct tegen de medereizigers zijn beklag te doen: “Gaat dat hier lang duren? Waarom doen ze de deuren niet gewoon open? Gaan we met deze trein verder?”

Als de bovenkant van je trein half uit elkaar hangt, wéét je dat die trein geen millimeter meer mag verroeren. En dat je dus een tijdje vast zit. En dat de deuren openen zeer onverantwoord zou zijn. En dat ze alles in het werk gaan stellen om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen en ons zo snel mogelijk te helpen. En dus je schrikt van het onbegrip van sommige reizigers, die na een half uur nog meer aan het jammeren zijn en uitroepen hoe schandalig het wel was dat we nog geen water gekregen hadden.

Maar vergis je niet, het was een gezellige boel daar hoor. Samen opgesloten zitten, het schept een sfeertje.

We keken uit de raampjes, en zagen dat de bovenleiding serieus verwrongen was. Dat de trein over meer dan honderd meter een spoor van vernieling getrokken heeft. En dat een van de kabels in het gras beland is, en daar een piepklein rookpluimpje veroorzaakt.

Dat rookpluimpje bevond zich op een redelijke afstand van de trein. Maar het werd groter. Al snel hadden we door dat er een bermbrand aan het ontstaan was. En dat door de rook de meeste sporen onbeschikbaar zouden zijn, en de chaos in het station compleet zou zijn. Maar vooral: dat dit geen makkie zou zijn om te blussen.

Het ongeluk is gebeurd op een van de breedste punten van de Leuvense sporenbundel. Voor de kenners: ter hoogte van het zigeunerpark. En van het treinviaduct, waarop wij stonden. Daar is de sporenbundel minstens 15 sporen breed. En dat bermpje bevond zich ergens in het midden. Compleet onbereikbaar dus voor de brandweer.

Na tien minuten hoorden we de sirenes van de brandweer al. Maar het heeft uiteindelijk anderhalf uur (!) geduurd vooraleer de brandweer op een veilige manier de bermbrand kon bereiken. Op dat moment was er al 100 meter berm afgebrand, en was er een serieuze rookontwikkeling, die ook de trein binnendrong. Alle ruiten stonden open omdat het in de trein een sauna werd, maar nu moesten ze weer dicht voor de rook. Maar buiten rookhinder was er voor ons op geen enkel moment gevaar. De trein heeft dus niét gebrand, zoals ze in het Journaal beweerden. Geloof niet alles van wat ze op TV zeggen…

En gelukkig dat die trein niet gebrand heeft. Aangezien we zo onbereikbaar waren voor de brandweer, en aangezien ze geen water mochten gebruiken, omdat de leiding blijkbaar nog onder stroom stond. Waren wij blij dat we in een kooi van Faraday zaten. De brandweer heeft de bermbrand uiteindelijk uitgeklopt, met spades.

Iets voor zeven was alles eindelijk klaar voor de evacuatie. Na twee uur hadden alle hulpdiensten zich opgesteld, klaar voor de opvang, was het spoor veilig gemaakt, en waren er voldoende helpende handen om alle 150 reizigers en hun bagage één voor één van de trein en over de sporen te helpen.

Die ontruiming duurde dus wel even. Daarna moesten we de brug te voet af, langs het spoor. Om vervolgens te wachten tot het hele spoorverkeer opnieuw stil gelegd was, zodat wij de oversteek over de sporen konden doen. Om vervolgens weer één voor één in te stappen in een trein die ons stond op te wachten.

Ha! De pippo’s van VTM waren blijkbaar verkeerd geïnformeerd. Want zij stonden ons op te wachten aan de overkant van de sporen, terwijl wij allen op een trein kropen die in het midden stond. Ha!

Op die trein kregen we eindelijk water, van de jongens van het Vlaamse Kruis. Na meer dan twee uur werden de dorstige kelen gelaafd, met één klein bekertje water.

Na een kwartiertje kon onze trein richting Leuven station eindelijk vertrekken, om amper drie minuten later toe te komen. Toen we van de trein stapten, eindelijk weer op een gewoon perron, werden we verwelkomd door talrijke Rode Kruis-medewerkers met waterzakjes. En door diverse cameraploegen. Ik heb een interviewtje beleefd geweigerd.

Want ik wilde naar huis. En ik wist dat zowel in Leuven als in Brussel het verkeer compleet in de knoop gingen liggen.

Uiteindelijk het er samen met Paul toch maar op gewaagd om richting Brussel te gaan, en de trein van 18.04h met 1.20h vertraging (!) genomen. Maar aangezien het spoor tussen Leuven en Brussel geblokkeerd was, was de ‘kortste’ weg tussen Leuven en Brussel over Mechelen. Een ‘kleine’ omweg, die de rit Leuven-Brussel ruim een half uur liet duren.

In Brussel was de chaos zoals voorspeld ook compleet, maar begon de toestand net te normaliseren. Waardoor we uiteindelijk om 20.30h de sneltrein naar Dendermonde konden nemen, en ik om 21h Dendermondse bodem betrad, vier uur na mijn vertrek in Leuven.

Eind goed, al goed.

En wat hebben we heleerd vandaah?
Dat je hart blijft stil staan tijdens de momenten waarop je denkt dat je in een zwaar treinongeval verzeild bent geraakt, en dat er vanalles door je hoofd schiet op dat moment.
Dat het warm was vandaag.
Dat kabels serieus kunnen doorhangen als het warm is.
Dat dat niet altijd interessant is.
Dat warmte relatief is, want toen we uit de hete trein kwamen, vond iedereen de buitentemperatuur bijzonder aangenaam.
Dat het Vlaamse Kruis de vele Waalse reizigers vriendelijk voortgeholpen heeft – een politiek feit!
Dat sommige reizigers de vele inspanningen niet appreciëren en blijven mopperen.
Dat ik geen idee heb hoe je een waterzakje moet opendoen zonder de hele inhoud uit te smossen.

En dat de trein altijd een beetje reizen is.

14 thoughts on “De hitteslag van het treinverkeer”

  1. En dat die voelsprieten pantografen zijn 😉

    Ik vond het al vreemd toen ik rond 8 uur een trein met M6’en (dubbeldekkers) door Wijgmaal zag rijden, die hoorde daar niet.

    In elk geval een geluk dat er geen gewonden vielen, en dat je er met wat dorst en tijdverlies bent afgekomen!

  2. De redactie van de krant belde me om te vragen om foto’s te gaan maken …. maar ik heb beleefd geweigerd. Ik verwachtte namelijk klanten en bovendien betaalt de krant een peulschil, zodat het zelfs niet de moeite is om zelfs in mijn achtertuin voor hun foto’s te gaan maken ….

  3. En dat je altijd Dikkie moet volgen 😉

    Ik heb die leiding horen knappen trouwens. Maar niemand op het perron had toen al iets door. Maar toen we langs uw trein passeerden, zagen we wel dat het goed mis was. Maar allé, blij dat er geen gewonden gevallen zijn, toen die voelspriet naar beneden kwam.

  4. Ha! De pippo’s van VTM waren blijkbaar verkeerd geïnformeerd. Want zij stonden ons op te wachten aan de overkant van de sporen, terwijl wij allen op een trein kropen die in het midden stond. Ha!

    Ik was als eerste ambulance ter plaatse, eerst langs de kant van het zigeunerpark om dan even later naar het rendez-vous punt te gaan aan de overkant van de sporen (waar de vtm later zou staan). Het was initieel de bedoeling om iedereen daar op te vangen maar ergens onderweg werd er beslist om dan toch maar iedereen op een trein naar het station te sturen. Wel een beetje lastig gezien het Vlaamse en Rode kruis daar reeds tenten hadden opgesteld etc.. Maar ja, eind goed, al goed.

  5. Het was initieel de bedoeling om iedereen daar op te vangen maar ergens onderweg werd er beslist om dan toch maar iedereen op een trein naar het station te sturen. Wel een beetje lastig gezien het Vlaamse en Rode kruis daar reeds tenten hadden opgesteld etc..

    Yup, ik weet dat het zo gelopen is. En inderdaad stom voor de moeite die al gedaan was, maar op zo’n moment is het moeilijk om de juiste beslissingen te nemen eh. En geloof me, we waren blij dat we die trein op mochten, en niet eerst nog naar de overkant moesten, want dat ging nog langer geduurd hebben. En gelukkig was niemand er echt erg aan toe.

    Maareuh… nogmaals hoedje af voor alle hulpdiensten eh. Alle moeilijke beslissingen ten spijt, alle gemopper van sommigen aan de kant gelaten: dank je wel voor jullie inzet!

  6. Ooit eens op een trein gezeten waaronder een jongeman gesprongen was. Onvoorstelbaar hoe vlug de mensen aan het klagen waren, ook al deed de conducteur zo zijn best om ons op de hoogte te houden. Mijn antwoord was: “wat hadden jullie verwacht? Dat de NMBS zomaar overal reservetreinstellen staan heeft om 700 pendelaars (!) over te laten stappen? Dat het zo eenvoudig is om die treinen dan binnen het half uur op het tegenliggende spoor te krijgen?” Het is niet leuk, als je zoiets moet meemaken, maar de hele tijd klagen maakt het alleen maar ellendiger…

  7. Zie dit bericht nu pas 🙂

    De voelsprietjes zijn pantografen (of panto’s) en in het Nederlands noemen we dat stroomafnemers.

    Zoals je schreef is het effectief het domste wat je kan doen de deuren openen als de bovenleiding naar beneden hangt.
    Want als daar stroom op zit, heeft de rest van de trein een hartig hapje voor op de barbecue.

    Het woord conducteur in feite compleet fout is, want een conducteur conduit le trein et le contrôleur contrôle le train …
    Mais bon …

    Wij zeggen chef tegen mekaar en in alle papiertjes heten we treinbegeleider/ster 🙂

    Al bij al is het daar nog snel opgelost geweest want problemen met de bovenleiding zijn altijd onze afstudeervragen …
    Dikke miserie dus 🙂

  8. Nicole, inderdaad, het zijn treinbegeleiders. Meestal let ik daar op, maar in zo’n woordenvloed durft er al eens een onnauwkeurigheidje sluipen 🙂

  9. Zoals je schreef is het effectief het domste wat je kan doen de deuren openen als de bovenleiding naar beneden hangt.
    Want als daar stroom op zit, heeft de rest van de trein een hartig hapje voor op de barbecue.

    Dat dacht ik ook. En ik vond het dan ook zeer moedig/onverantwoord dat enkele minuten na stilstand twee treinbegeleiders samen de trein afstapten om de situatie van langs buiten te bekijken…

    Maar er is gelukkig niets gebeurd.

  10. Ze zullen wel groen licht hebben gekregen van de verdeler ES.
    Anders zouden ze wel heel heel zot zijn en serieus onder hun voeten krijgen als ze daar bij uit komen. (Lees boete van een paar euro …)

Reageer!