Klutsjesdag

Van het thuisfront

Vandaag was het klusjesdag.

Eveline en ik hebben allebei een dag verlof genomen om in huis te doen wat al lang moest gebeuren: de garage, het tuinhuis en de berging uitmesten, en alles herverdelen over containerpark, pas ingerichte zolder, garage, tuinhuis en berging. Het was een dag hard werken, maar we zijn tevreden over het resultaat.

Ik heb deze voormiddag even wat tijd verloren toen ik door de dozen aan het gaan was die ik een hele tijd geleden gekregen heb na de verhuis van mijn ouders. Het ouderlijk huis moest leeggemaakt worden, en ik kreeg een paar curverboxen vol jeugdsentiment, en daar ben ik vandaag doorgegaan.

Goh, wat een reis door de tijd. Leuke dingen, zoals kindertekeningen die ik gemaakt heb, verhaaltjes die ik geschreven of getekend heb als kind, en hopen en hopen krantjes en magazines van mijn hand. Ik had als kind iets met krantjes – ik was een geboren redacteur. En zie, het bloed kruipt waar het niet gaan kan – is een blog niet ook een soort krantje?

Veel schoolgerelateerde dingen ook. Rapporten. Werkjes. Verzamelmappen.

En ook veel foto’s tegengekomen. Karel als klein manneke. Karel als groter manneke. Karel als langharige rebel.

Maar ook dingen waar je liever niet meer te veel aan herinnerd wordt. Liefdesbrieven. En antwoorden op liefdesbrieven. En schrijfsels waar ik minder trots op ben.

Maar toch. Doorheen heel die stapel tekeningen, teksten, foto’s en brieven, heb ik een hoop creativiteit terug gevonden. En dat zet een mens aan het mijmeren. Dan vraag je je af waar al die creativiteit naartoe is. Ik sta op, ga werken, kom thuis, avondroutine met de kindjes, en dan schiet er ‘s avonds niet veel energie meer over, dus de meeste avonden eindigen in de zetel. Een routine met weinig creativiteit.

Dus daar zit je dan, op klusjesdag, in je garage, te mijmeren achter een stapel papier. Een beetje je kluts kwijt. Klutsjesdag.

Tot ik gelukkig besefte dat ik in mijn werk eigenlijk best creatief ben. En dat ik een schrijfcursus aan het volgen ben, waar ik al mijn creativiteit mag aanwenden. En dat ik voor mijn kindjes elke dag creatief uit de hoek mag komen. Dus dat het nog zo erg niet gesteld is met die creativiteit. Het valt misschien alleen wat minder op.

Maar terug naar die stapel papier. Weet je waar ik in heel die stapel nog het meest van al van opgekeken heb? Van mijn bundel gedichten.

In mijn vierde-vijfde middelbaar was ik nogal met poëzie bezig. En heb ik me op een bepaald moment zelf aan het schrijven gezet. Met op korte tijd een hele reeks gedichten als resultaat, de een al geslaagder dan de andere. Er zitten ronduit slechte gedrochten tussen, maar er zitten toch ook enkele dingetjes tussen waar ik een behoorlijk “aha” gevoel bij had.

Weet je wat ik nog het leukste vond? Het begeleidend kladblad in het onleesbare handschrift van mijn vriend Pieter C.

Ik heb mijn dichtsels in die tijd voorgelegd aan Pieter C., en hij heeft elk gedicht voorzien van commentaar. Eerlijk commentaar. Dus als het slecht was, kreeg ik het te horen, maar ik heb ook de nodige complimenten en tips gekregen. Bij de eerstvolgende ontmoeting, duw ik Pieter C. het papier terug in zijn handen. Mag hij de onleesbare passages ‘ns vertalen.

Ik wil jullie de komende tijd eigenlijk wel wat inzage gunnen in mijn “Dienst Indichtingen”, mijn “bundel”. Ik heb absoluut geen literaire ambities, maar ik schaam me ook niet voor die schrijfsels van toen. Bedenk gewoon dat ze van de hand van een 16-jarige puber komen.

De serieuzere gedichten zijn voor later, maar ik steek van wal met het kortste uit de bundel, getiteld ‘Kort protest’. Hier komt-ie:

Kort protest

Leerstof
is niet tof.

Laat me beklemtonen dat het niveau van deze spielerei niet per se iets zegt over wat volgt 🙂

Wordt vervolgd.