Verloren vlecht

Een mens komt al eens iets tegen op de trein. Allerlei verloren voorwerpen: een tas, een boek, een jas, een fietshelm, een zonnebril. Maar soms ook de wat meer bizarre vergeten zaken: een computermuis, een schoen, een onderbroek, een baksteen, een berg zand.

Vandaag viel mijn oog plots op een vlecht. Op de vloer. Een vlecht. Zo een door elkaar gestrengelde staart haar. Mensenhaar. Van een man of een vrouw, dat laat ik in het midden. 30 centimeter lang en een doorsnede van een dikke halve centimeter.

Een vlecht. Iets waar je jaren voor spaart, en wat je niet zomaar ‘achterlaat’ op de trein. Je vergeet je haar niet zomaar op de trein. Je echte haar, tenminste.

Dus kan de argeloze treinreiziger alleen maar gissen welk drama zich hier afgespeeld heeft. Heeft iemand met haar haar tussen de deuren van de trein gezeten? Was een treinvertraging zo tergend dat iemand er zich de haren van uit het hoofd getrokken heeft? Heeft hier een roepende en trekkende ruzie plaatsgevonden? Heeft een vennijnige conducteur meer dan alleen maar kaartjes geknipt? Is iemand beroofd van het haar tijdens de slaap? Of gaat het over een weddenschap? Of iemand die bij deze hitte dat lange haar meer dan beu was?

We zullen het wellicht nooit weten. Maar doe me een plezier: als je in het station van Leuven een meisje ziet lopen met één vlecht, vraag haar dan toch eens wat er precies gebeurd is.

Grasvreten voor gepensioneerden

Ik vraag me eigenlijk af…

Waarom rijden gepensioneerden steevast hun gras af op zaterdag?

Een gemiddelde werkmens rijdt zijn gras af op zaterdag omdat hij tijdens de week geen tijd heeft en omdat het op zondag niet mag van het gemeentelijk reglement. Maar van gepensioneerden verwacht je dat er weinig verschil is tussen een weekdag en een zaterdag, en toch rijden de gepensioneerden uit de buurt trouw hun gras af op zaterdag…

Is het omdat gepensioneerden een drukker bestaan leiden dan we wel denken, en omdat ook zij tijdens de week geen tijd hebben?

Is het omdat gras afrijden op zaterdag een groepsgebeuren is, en doen ze mee om er bij te horen? Gras afrijden op zaterdag, een ritueel!

Of is het omdat je leven lang het gras afrijden op zaterdag zo’n ingebeitelde gewoonte is, die je na 40 jaar niet meer zomaar verleert…?

Bijslapen

Weet je wat ik peins eh?

Dat Yves gewoon moe is. En graag eens een paar dagen wil bijslapen.

Ondertussen mag Albert effe de show stelen, en over een paar dagen gaat hij weer aan de slag, fris als een hoentje.

‘t Is eens iets anders dan een ziekenhuisopname.

Hakkeuuu!

Kijk ‘ns aan. De internetschuimers van De Morgen zijn gisteren blijkbaar op mijn blog terecht gekomen, en hebben zich de vrijheid gepermitteerd een citaat te ontlenen uit mijn artikel over de iPhone. Niet spectaculair, maar kijk, hier is een snelle scan (met dank aan Goya). Gisteren nog op Webpalet, vandaag in De Morgen.

Weet je wat ik grappig vind aan heel dat artikel in De Morgen? Of neen, niet grappig. Erg eigenlijk.

Dat hacken en cracken een nationale sport is geworden. Heel gewoon, zonder probleem. Laten we dat gewoon openlijk in de krant zetten, da’s cool.

De vorige iPhone was exclusief verkrijgbaar in Amerika. In België werkte het toestel niet zonder te kraken. Dat was zeer jammer, maar een restrictie die opgelegd was door Apple, en zij hebben dat recht, als ontwerpers en eigenaars van het concept ‘iPhone’. Dus dat recht breken, is kraken, is diefstal, is illegaal.

Onze GSM-operatoren zien duizenden iPhones op hun netwerk. Duizenden illegalen. Op Blogmeetings en andere tech-meetings zie je her en der iPhones. Allemaal illegalen. Minister Q heeft een iPhone. Een illegale minister. In de krant staat “ik vind de Belgische iPhone te duur, ik koop hem wel in het buitenland en kraak hem wel”. Illegaal. En we komen daar openlijk voor uit, we moedigen dat zelfs aan.

Laten we dat meer doen, zo openlijk onze inbreuken op de wet toegeven. Laat ons een voorbeeld nemen aan Walter Grootaers, die toegeeft ‘s nachts aan 200 over de autostrade te scheuren. Welke getuigenissen kunnen er zo allemaal in de krant verschijnen?

  • “Ik koop die dure vuilzakken niet meer, ik dump mijn vuilnis in de gracht, of ik brand het op.”
  • “De nieuwe versie van Photoshop is schandalig duur, maar gelukkig weet ik waar ik hem illegaal kan downloaden.”
  • “CD’s? Bestaat dat nog? Sinds internet er is, download ik enkel nog illegale MP3’s. Ik wist niet dat er nog CD’s gemaakt werden…”
  • “De aardbeien staan schandalig duur, maar gelukkig mag je ze in Delhaize zelf wegen. Ik weeg dan een half bakje, en steek drie bakjes in mijn zakje.”
  • “Mijn pa zijn grasmaaier was kapot, maar gelukkig heeft mijn buurman het zijne laten buitenstaan toen hij niet thuis was. Onze pa is heel content met zijn nieuw machien, mijn buurman heeft het nog niet eens door.”
  • “Apple maakt prachtige computers, maar veel te duur. De eerstvolgende keer dat ik in de Fnac ben, pik ik er wel een mee; ik weet hoe je die beveiliging kan omzeilen.”

Overdreven vergelijkingen? Ik vind van niet. Hoe onrechtvaardig de hoge prijs van de iPhone ook mag lijken, het is het recht van Apple en Mobistar om die prijs aan te houden, en hem in het buitenland kopen en kraken, is regelrechte diefstal, aangezien de goedkope Amerikaanse iPhones gesubsidieerd worden door de operatoren die rekenen op inkomsten uit de abonnementen.

En afkomen met “die mannen hebben geld genoeg” is ook een zeer flauw excuus.

Of is iedereen plots Robin Hood?

iPhone: de hype, het geld en het gadget

Nog één iPhone-berichtje om het af te leren… Sorry, maar deze Joy of Tech-cartoon is té goed om te laten liggen.

Lik op stuk voor allen die beweren dat de iPhone goedkoper is in Amerika dan hier. Lik op stuk voor de gadgetfreaks zoals mezelve…

(klikkieklik)

Huizenverkopers

HuisImmomakelaars… Je zou ze soms toch door de gehaktmolen willen draaien!

Met een paar onderbrekingen zijn Eveline en ik nu al zo’n twee jaar op zoek naar een huis. Eerst in Leuven, daarna in Dendermonde.

Ik ben de tel kwijt van het aantal huisjes dat we ondertussen hebben bezocht, laat staan het aantal huizen waarvan we het zoekertje bestudeerd hebben. Dat eerste moet enkele tientallen zijn, dat tweede loopt in de honderden…

Ik denk dat ik mag zeggen dat we enige ervaring opgebouwd hebben. Met de huizen, met de zoekertjes, en met de verkopers.

Zo hebben zoekertjes een eigen taalgebruik. Hoed je voor uitdrukkingen als ‘charmante, knusse woning’, ‘rustiek huisje’, ‘gezellige living’ en zeker ‘op te knappen woning’ of ‘een droom voor de doe-het-zelver!’; het zijn stuk voor stuk eufemismen om niet te zeggen dat de woning oud is, vervallen is, of dat er heel wat opknapwerk aan is.

En dan zijn er de verkopers. Er zijn openbare verkopen (die hebben we nooit echt meegevolgd), verkopen via immokantoren en notarissen, en verkopen uit de hand, waarbij de eigenaar zelf zijn woning te koop zet en de mensen rondleidt. Wijzelf zijn het meest te vinden voor dat soort verkopen, uit de hand, omdat je een mooi beeld krijgt van wat voor soort mensen er in het huis gewoond heeft, je krijgt meestal een eerlijke prijs, en je krijgt minder het gevoel erop gelegd te worden door een beroepshuichelaar.

Want sorry, dat is het enige woord dat ik kan verzinnen voor een immomakelaar. Na twee jaar zoeken zijn we alle vertrouwen in de goedheid en de eerlijkheid van de immokantoren kwijt. Immokantoren willen een woning verkopen met zoveel mogelijk winst, en sparen daarbij niets of niemand. Je krijgt een rondleiding in het huis door een man of vrouw die het huis dikwijls zelf voor het eerst ziet, die overal een uitleg voor heeft (“Ja deze kamer is niet behangen omdat die blote muur een rustiek effect heeft”), en die wel iets zal verzinnen als je een vraag stelt waarop hij het antwoord niet weet (“Waarom er hier een deur is? Ja euhm dat moest zo van stedebouw, daar kan je niet onderuit!”). Ze doen ook altijd heel hard hun best om je te laten geloven dat je hun beste vriend bent, dat ze het beste met je voor hebben, en dat ze een speciaal prijsje willen forceren omdat ze sympathie voor je hebben.

Geen woord geloof ik er nog van. En dat is jammer voor die enkele, zeldzame makelaars die het wél goed bedoelen. Hun collega’s hebben het vak verziekt en alle credibiliteit opgeblazen.

Een bevriend koppel ging laatst een huis bezoeken waarvan wij heel wat inside informatie hadden. Onze vrienden hebben uiteraard niet verteld dat ze al heel wat van het huis afwisten, en hebben zich laten rondleiden, en de makelaar daarbij op flagrante leugens betrapt. Dat de eigenaars naar een appartementje verhuisd waren op hun oude dag, terwijl ze eigenlijk overleden waren. Dat het nog maar net te huur stond, terwijl het al een half jaar te huur staat. Dat de huurprijs 25 euro per maand hoger lag dan wat er eigenlijk afgesproken was. Dat ze snel moesten beslissen omdat er veel kandidaten waren, terwijl er slechts sporadisch bezoek kwam.

Sommigen noemen het ‘rasechte verkopers’, ik heb er andere woorden voor. Maar da’s mijn persoonlijke mening na 2 jaar zoeken.

Immomakelaars volledig vermijden in je zoektocht naar een huis? Neen hoor, je hebt ze nodig. Maar geloof gewoon geen woord van wat ze zeggen. En dan kom je al heel ver.

Hoe roken gezond kan zijn

Rokende conducteurs, je ziet ze geregeld staan op het perron. Terwijl hun trein vijf minuten halte houdt, roken ze vlug een sigaretje, want op de trein zelf mag het niet meer sinds een paar jaar.

Eigenlijk mag het op het perron ook niet meer, maar daar lapt iedereen zijn laars aan. En dat kan op een bizarre manier goed zijn voor mijn gezondheid.

Deze week kwam ik op een ochtend toe in het station van Leuven, toen ik zag dat ik nog nét op tijd kon zijn voor de trein naar Heverlee. Zonder mij vreselijk te haasten begaf ik me dus richting spoor D, waar de trein stond te wachten.

Toen ik bovenaan de trap kwam, zag ik de trein staan (op enige afstand), dus ik wandelde er heen, met mijn fiets aan de hand.

Hélemaal aan de andere kant van het perron, stond de conducteur, naast zijn trein. En toen zag ik plots zijn hand naar zijn mond gaan.

Mijn hersencellen zetten zich in werking: die mens gaat op zijn fluitje blazen, en daarna gaan alle deuren dicht, op de zijne na. Zijn deur, dat haal ik nooit meer, dus ik moet zorgen dat ik binnen de vijf seconden aan een van de andere deuren sta. Dus: lopen!

En voor ik het wist, was ik aan het sporten. Lekker gezond.

Maar de deuren gingen niet dicht. En er klonk geen fluitje. De conducteur bracht gewoon even lekker zijn sigaret naar zijn mond, om nog een trekje te nemen, een minuutje voor hij op zijn fluitje zou blazen.

Een gratis sportmoment, zomaar voor niets.

Vermaakuitstap

In het artikel waar ik gisteren over schreef, staat te lezen:

In de nacht van 2 op 3 juni was hij samen met een leerling op vermaakuitstap geweest.

Vermaakuitstap. Wat een geweldig woord!

En u? Gaat u dit weekend op vermaakuitstap? Of doet u een uitrustthuisblijving?

Treinconversatie

Conversatie tussen twee middelbare scholieren, deze ochtend op de trein:

– Mijn schoonzus is vannacht bevallen!
– Ah?
– (spreekt wat onduidelijk) Seejenna!
– Wa?
– Sie-en-na!
– C&A?????
– Siënna!!!

Geef toe, ‘t is nog een stuk beter dan pakweg Haënnem of Yebesée.

Bevreemdend

Auch. Een dergelijk bericht in de krant lezen doet heel bevreemdend aan als het gaat over je eigen middelbare school, en over een priester die je zelf goed gekend hebt, en waar je zelf nog actief mee samengewerkt hebt…

Een mens verschiet al eens als hij de gazet aan het lezen is.

Weken of werken?

Dag trouwe lezer. U hebt ongetwijfeld al het bericht met de Sensoa-oproep gelezen op deze blog.

Zoals ik gisteren in het artikel al vermeldde, heeft zowat heel bloggend Vlaanderen deze oproep ondertussen op zijn blog staan. Ik denk eerlijk gezegd dat Ilse van Sensoa gewoon de Metatale top 100 genomen heeft, en al die blogs één voor één heeft aangeschreven.

Op zich niets mis mee, een neen heb je, een ja heeft ze van heel wat mensen gekregen.

Nu, wat er op zich heel interessant is aan de oproep, is dat er wat typfoutjes in stonden. Er stond:

“Om initiatieven uit te weken voor jongvolwassenen rond seksualiteit,”

Nu weet ik dat er bij seksualiteit heel wat week gedoe komt kijken, maar die ‘weken’ lijkt me toch een typfout te zijn, waar ‘werken’ moest staan.

Het boeiende is dat dat wel een beeld geeft van hoe klakkeloos bloggers oproepen overnemen op hun blog. Kopiëren en plakken ze gewoon de tekst in een blogbericht zonder boe of ba, en zonder na te lezen? Of corrigeren ze de foutjes? Of gaan ze zelfs de inhoud gewoon gaan herwerken in een eigen tekst?

Een eenvoudig zoekopdrachtje op Google Blogsearch leert ons al heel wat. Google Blogsearch heeft 16 blogs gevonden die over de oproep schrijven. Dat zijn er in de praktijk meer, maar kom.

De meerderheid – 10 blogs – heeft het tekstje gewoon klakkeloos overgenomen, mét typfout. Lamazone, Dikkie, ikzelf en Pietel hebben de tekst letterlijk overgenomen, maar mét correctie. En Michel Vuijlsteke (op zijn eigen blog en op Gentblogt) en Koen Fillet (niet in Googles resultaten) tenslotte hebben zich de moeite genomen het tekstje te herschrijven.

Conclusies:

  • typfoutjes in massa-oproepen leveren interessante statistiek
  • Bloggersch, weest kritisch voor gij iets publieseert!

Het publieke leven

Ik weet het, ik weet het: ik kies er zelf voor om te bloggen, en ik heb dus geen recht om te klagen. En ik wil ook niet klagen, eigenlijk. Maar het is soms raar. Het is soms wennen.

Wat? Iets gelijkaardigs als wat Goya onlangs beschreef.

Vorige zaterdag op de Blogmeet vroeg iemand me of ik met mijn Volvo gekomen was. “Euhm… ja ja. Ah ja, ge hebt van het ongeval gelezen op mijn blog”.
Even later stond ik met iemand anders te babbelen, toen plots twee onbekende dames binnenkwamen, en de een naar mij begon te wijzen, terwijl ze tegen de andere mompelde “Kijk, da’s die mens van die schone witte foto’s met het zoontje en de leuke olifant.” Ik wuifde effe en knikte bevestigend “Jaja, de olifant!”
Wat later op de avond kwam iemand me vragen of alles nog goed ging met mijn zoontje. En of hij al tandjes kreeg. Neen, tot nu toe nog niet. Maar hij knaagt overal al goed op.
En daarnet, op het perron in Brussel-Noord, liep iemand langs me, om even op zijn stappen terug te keren en te vragen “Bent u Karel?” Het bleek een lezer van mijn blog te zijn. Dag lezer!

Eveneens raar is het wanneer je vrienden ontmoet, en met een nieuwtje wil uitpakken, en je begint te vertellen en je wordt onderbroken met de reactie: “Ja inderdaad, ik heb het gelezen op je blog.” “Oh boe, ik dacht ‘ns iets te vertellen…”

Nogmaals: ik klaag niet eh. Ik vind het aan een kant zelfs flatterend dat mensen mij advies vragen, mensen mij herkennen, mensen naar mij informeren, vrienden mijn blog lezen. Maar het blijft soms gek.

Het publieke leven. Een beetje.