Stijlfouten

Goh zeg. Nostalgie overviel mij toen ik deze titel zag in de digitale gazet:

Samenwerking Google en Yahoo aan duigen

Een contaminatie! Wat was dat lang geleden zeg!

Iets kan in duigen vallen, of aan diggelen vallen, maar dus niet aan duigen of in diggelen. Een iPhone is duur of kost veel, maar zeggen dat hij duur kost, is dezelfde stijlfout: een contaminatie.

Op Wikipedia vind je er (uiteraard) een heel artikeltje over, met grappige contaminatie-uitdrukkingen die doen denken aan een Alles Kan Beter-sketch: Dweilen met de pet op, Je moet niet zoveel hooi op je kerfstok nemen of Zelfs de beste breister laat wel eens een paard struikelen.

De nostalgie is afkomstig van de lagere school, waar we al die stijlfouten een voor een overliepen. Mee in het rijtje stonden ook nog: het pleonasme (een dood lijk) en de tautologie (ik heb dat gratis cadeau gekregen). En dan was er natuurlijk ook nog de indrukwekkend klinkende contradictio in terminis (vloeibaar ijs).

Ben ik belangrijke stijlfouten aan het vergeten?

Details

Een krant moet informeren. Zo hoort het. De mensen willen goed geïnformeerd zijn. Dus je kan de mensen niet genoeg informeren, denken ze bij De Standaard. Laten we vooral veel details geven!

In Brussel zijn vannacht zeven auto’s uitgebrand. Uiteraard brandt u van nieuwsgierigheid om te weten welke auto’s dat waren.

Het ging om een Citroën Berlingo, een Renault Megane, een Alfa Romeo, een Toyota RAV, een Honda Civic een Volvo V50 en een Mercedes A. Twee ruiten van een nabijgelegen gebouw waren door de hitte ook gebarsten.

Dankuwel voor deze informatie. Helaas echter… alles kan beter. Want ik ben ook nieuwsgierig naar de kleur van de uitgebrande wagens. Voor én na de brand. En naar de opties. En het bouwjaar. Of de gebruikte brandstof. En ik wil eigenlijk ook wel weten of er airbags spontaan zijn afgegaan door de hitte. En of er papieren in die wagens lagen. Of kinderzitjes. En of de brandblusser nog niet vervallen was. En die gebarsten ruiten, was dat enkel of dubbel glas? Hittebestendig?

De heren journalisten timmeren ijverig aan de weg van de alwetendheid, maar er is nog werk aan de winkel!

Stickerupdate

Aan de heer in de grijze Opel Astra die vanochtend in de file op de Brusselse ring een hele tijd achter mij reed:

U lachte op hetzelfde moment als ik lachte. U zat ritmisch te schudden met uw hoofd op hetzelfde moment en hetzelfde ritme als ik. U zat aandachtig te luisteren naar uw radio op hetzelfde moment als ik.

U zat duidelijk naar dezelfde zender te luisteren, dus. Wordt het dan geen tijd om uw Donna-sticker op uw achterruit te vervangen door een Studio Brussel-sticker? 🙂

Thuiswerk

Zometeen begint de eerste werkdag van de week, maar wel vanuit Dendermonde in plaats van Leuven.

Mijn trein rijdt vandaag namelijk niet naar Leuven, en dat wegens de bijzonder zinvolle stakingsdag “voor meer koopkracht”.

Ik snap het écht niet hoor. Staken en de economie lam leggen om zo de koopkracht weer omhoog te krijgen. Euhm ja. Ik zal wel een of andere subtiliteit missen, maar mij lijkt het een goedkoop excuus voor een verlengd weekend.

En dus ga ik vandaag mijn verminderde koopkracht nog wat meer ondermijnen door zelf mijn verwarming, elektriciteit, drank en toiletwater voor deze werkdag te betalen. Als dat niet zinvol is!

Maar enfin, genoeg geleuterd – aan het werk!

Event-driven-shopping

Ik was vanmiddag in ‘t stad, toen het plots begon te regenen. Niet erg – van een beetje regen smelt een mens niet, dus ik ging gewoon door met mijn boodschappen.

Mijn laatste halte was de Hema. Een behoorlijke drukte was het daar, en toen ik aan de kassa stond aan te schuiven heb ik minstens vijf mensen gezien die een paraplu aan het kopen waren. En allemaal vroegen ze aan de kassa of ze er het etiketje al konden afknippen.

Grappig vind ik dat, zo event-driven shoppen. Hopla, het regent, tijd voor een nieuwe paraplu!

En de volgende keer dat het regent? Weer een nieuwe paraplu? En de vorige op eBay?

Of als er onverwachte straatwerken zijn, met modder tot gevolg, lopen we dan allen de schoenwinkel binnen om laarzen te kopen? Of als er een snedige wind zit, gaan we dan met z’n allen vlug een muts gaan kopen? Of als er een spontane treinstaking uitbreekt, lopen we dan de dichtstbijzijnde garage binnen om een auto te kopen? “Een kleintje is goed hoor, ‘t is maar voor vandaag. Neen, inpakken hoeft niet, het is om direct te gebruiken.” Of op je wandeling door de stad een prachtig gebouw tegenkomen, of een potsierlijk zicht zien, en dan ontdekken dat je geen camera bijhebt, en in de eerste de beste fotowinkel er eentje kopen? Of tijdens een boswandeling een appel plukken, en je dan suf zoeken naar een winkel waar ze schilmesjes verkopen om er de schil af te doen?

Weet u nog zo voorbeelden van event-driven-shopping? Al dan niet realistisch? 🙂

Walm

Ergernis van de dag: mensen die op het perron staan te roken alsof hun leven er van afhangt, omdat hun trein het station binnenrijdt en hun dure sigaret nog lang niet op is, die tenslotte een laatste, stevige trek nemen, de sigaret onder de trein gooien, opstappen en dan – in de trein dus – hun laatste rookwalm uitblazen.

Aan al die mensen: een welgemeende IEEEUUW!

(en dan houden we het nog beschaafd)

Yves

“Wie gelooft die mensen nu nog?”

Het was een van de slagzinnen waarmee Yves vorig jaar naar de verkiezingen van 10 juni trok. Yves was zijn geloof in de politieke leiders van dit land kwijt, en zou bewijzen dat het anders kon. Dat er maar vijf minuten politieke moed nodig was om problemen op te lossen. En dat het niet om de postjes ging. En 800.000 Vlamingen geloofden Yves, en gaven de christendemocraten een uniek mandaat, een nieuwe kans.

Ook ik geloofde Yves. Want Yves was een doorzetter. In een ver verleden was ik voorzitter van de Ieperse Jongerenraad. Op datzelfde moment was Yves schepen van jeugd in Ieper, en hadden wij geregeld onderling overleg. Het was een fijne samenwerking, en er is veel gerealiseerd voor de Ieperse jeugd in die periode. Omdat Yves er mee zijn schouders onder zette.

Ik kende Yves, ik wist tot wat hij in staat was. Dus heb ik Yves de voorbije 15 maanden dikwijls het voordeel van de twijfel gegeven. Laat Yves maar doen, hij lost het wel op. Yves weet waarmee hij bezig is. Yves heeft een plan. Geef Yves nog een kans.

De huidige politieke malaise is echter een definitief breekpunt. Ik geloof Yves niet meer. Yves weet niet wat hij doet. Yves heeft niet de politieke moed om de problemen die zijn verkiezingsprogramma opgeleverd heeft, op te lossen. Het gaat Yves om het postje. Yves verloochent zijn partij, zijn kartel, zijn programma, zijn beloftes, om op het hoogste zitje van de staat in staat van ontbinding te blijven zitten. Yves zit in de ontkenningsfase en klampt zich vast aan strohalmen, terwijl het land steeds dieper de crisis ingestort wordt.

Tot zover het verhaal van Yves en de gemiste kansen. Van Yves en de verspilde stemmen. Van Yves en de verloren tijd. Van Yves en de Belgische crisis.

Wie schrijft het vervolgverhaal? Kris? Didier? Elio? Guy? Bart? Albert? Jean-Luc?

Zijn er nog adequate brokkenruimers in de zaal? Ik vraag het me ten zeerste af. Het puin in de Wetstraat is niet meer te overzien.

Misschien moet Jean-Marie maar president worden. Dàn zullen de dingen véél beter gaan. Vast wel.

Vast wel…

Canard commerciale

De Standaard werd vandaag gemaakt door Jan Fabre, en was volledig aan schoonheid gewijd. Op zich vond ik de speciale editie die Luc Tuymans vorig jaar gemaakt heeft, beter geslaagd, maar kom – we klagen niet. Een krant die vol staat met paginagrote mooie foto’s is altijd fijn. Is altijd schoon!

Minder schoon is de manier waarop deze krant zich soms bezondigt aan vuile commerce. Peter Vandermeersch – algemeen hoofdredacteur van de krant – is vorig jaar tot marketeer van het jaar verkozen. Gisterenmiddag op de radio heeft hij een staaltje van die ‘marketing’ getoond. Ik vond het er gewoon ferm over.

StuBru, middag, Sofie Lemaire haar nieuw program. Sofie heeft een item over de canards die terug zijn in Frankrijk – de krantenjongens die de voorpagina’s afroepen. Reden: dalende krantenverkoop. Terwijl in België de krantenverkoop stijgt. Reden genoeg voor Sofie om Peter hierover even op te bellen. Het interview in kwestie is te beluisteren op de StuBru-site.

Tijdens het interview laat Sofie enkele voorbeelden horen van hoe de Vlaamse kranten zouden klinken als zo’n krantenjongens terug in het straatbeeld zouden verschijnen. Een krantenjongen roept onder andere de voorpagina van De Standaard af. Waarop Vandermeersch zeer subtiel toevoegt: “Ja, dat is geweldig! Als dat nu morgen zou zijn, dan zou die krantenjongen kunnen afroepen dat de krant door Jan Fabre gemaakt is, want we zijn op dit eigenste moment met de kunstenaar aan het vergaderen, en het wordt een heel bijzondere krant.”

Totààl irrelevant, totààl ongepast.  Platte commerce. Dan zijn ze al eens zo vriendelijk om u op te bellen.

Maar ha! Ik heb lekker gewacht tot alle krantenwinkels toe zijn en er nergens zo’n exclusieve krant meer te krijgen is, voor ik mijn gal spuw. Op deze manier is dit gezaag tenminste geen verdoken reclame voor Fabre zijn gazetje. 🙂 Ha!

Technologie

Een weekje op vakantie wil zeggen een weekje zonder internet. Best wel verfrissend eigenlijk, maar dan is het achteraf wel effe inhalen. In mijn feedreader stonden dit weekend meer dan 1000 berichten te wachten, maar wees gerust: ik heb ze lang niet allemaal gelezen.

Maar ‘t is grappig wat er op zo’n week kan gebeuren. Google heeft zijn eigen browser uitgebracht blijkbaar. Ik had er iets over opgevangen op de radio vorige week.

En vanavond stelt Apple nieuwe iPods voor, blijkbaar. En er zijn allerlei updates voor programma’s die ik draai. En er zijn nieuwe camera’s gespot.

En zo doet de technologie iedere week of iedere dag wel iets.

Mijn collega vertrekt in het najaar voor vijf weken op huwelijksreis. Vijf weken, da’s een eeuw in technologie-land. Die mens gaat zóó niet mee zijn met zijne tijd als die terugkomt! 😀

Zen.

Olympische gedachte

Allee het circus zit er weer op. En kijk, België heeft uiteindelijk nog twee medailles mee naar huis, als dat niet mooi is van onze atletiek-vrouwen. Een welgemeende proficiat en dergelijke meer.

Maar toch. Ondanks de goudzilveren euforie staat de krant vandaag vol met artikels over hoe belabberd België er wel uit komt, en hoe de doelstellingen niet gehaald zijn, en hoe er iets serieus mis is, en hoe we alles op alles gaan zetten om het in 2012 beter te doen en dat het zo echt niet verder kan en si en la.

Ik heb er de zoekfunctie van de online krant op nageslagen: de Olympische gedachte “Deelnemen is belangrijker dan winnen” is nérgens terug te vinden in die artikels.

Blijkbaar is winnen dus belangrijker dan deelnemen. Spijtig.

Als weerwerk van een kleine blogger sluit ik daarom bij deze graag af met een Samsonburgemeestereske slotspeech:

Aan alle Belgische atleten die medailles gewonnen hebben: proficiat!
Aan alle Belgische atleten die géén medailles gewonnen hebben: ook proficat!!!

Koning

Vandaag is het 15 jaar geleden dat koning Boudewijn I van België overleed. God hebbe zijn ziel.

En ja, ik weet nog waar ik was toen ik het nieuws hoorde. Irrelevante info.

Velen vragen zich dezer dagen af hoe Boudewijn op de huidige politieke crisis zou gereageerd hebben.

Ik zit met een andere gedachte.

Ik wens koning Albert een goede gezondheid en nog vele jaren toe, maar wat zou er gebeuren moest hij nu, vijftien jaar na zijn broer, komen te overlijden? Nu, in het huidige politieke Belgische klimaat. Stel u voor…

De grote hereniging of de grote scheuring? Ik denk dat niemand dat kan voorspellen.

Maar zoals gezegd: ik hoop dat we het niet direct te weten komen. Ik wens onze kroonknakker nog vele rustige jaren. En een rustig pensioen. En zijn kinderen een mooie job.