Vandaag gezien in Brussel (vormingsstation Schaarbeek):
Wat een gewéldig zicht moet dat zijn vanuit die onderste trein…
Kleuren, bedenkingen, gedachten en verzinsels in de webstraat
Ikke en slapen. Het is altijd al iets moeilijks geweest. Al van kindsbeen af raak ik ‘s avonds niet in mijn bed, maar eens ik er in lig, raak ik er ‘s ochtends ook niet uit. De nacht valt voor mij met andere woorden gewoon op het verkeerde moment.
Soms hebben we een zeer goede wekker. Uit de kamer naast ons komt soms een vrolijk “Ta! Da! Tata! Da!”. Of een jammerlijk gehuil. En dat is een effectieve wekker.
Helaas loopt die babywekker niet altijd op het goede moment af. Om 5.45h is pijnlijk. Om 7.30h is leuk, maar een te laat begin van de werkdag. En om 2h is gewoon nefast voor de slaap.
Enfin, dat allemaal maar om te zeggen dat het onverbiddelijke begin van een werkdag niet altijd even makkelijk loopt. Als Kobe al eens doorslaapt, dan wordt de gewone wekker nogal vaak afgedrukt, met haast, spoed en telaatkomingen tot gevolg.
Dat wekker-afdrukken behoort tot het verleden met dit geweldige gadget:

Een puzzelklok! Het idee is simpel, maar briljant: wanneer het tijd is om op te staan, gaat de wekker luid af, en tegelijkertijd springen de vier puzzelstukken de hoogte in. De énige manier om de wekker af te krijgen (zonder hamer) is om de vier puzzelstukken weer op hun plaats te steken. En dan ben je wakker!
Ik vind het briljant gevonden, en ik wil er zo een op mijn nachtkastje 🙂 Al zal ik daar vast anders over denken de eerste keer dat hij afloopt…
Bij het oudere publiek bekend van bv. ‘Shaft’, bij het jongere publiek zal vooral deze blijven hangen zijn:
Afgelopen woensdag trad CPeX – de formatie rond de Antwerpse popkenner Clement Peerens – op in jeugdhuis Zenith in Dendermonde.
Het was een fijne avond met Clement, met zijn bassist Sylvain Aertbeliën en nieuwkomer aan de drums Dave Depeuter, een waardige vervanger voor de Swa.
Toen Sylvain ook eens een nummerke mocht schrijven en zingen, is dat “There is only one Sylvain” geworden. Een waarheid als een koe, en hij had er heel de zaal mee op zijn hand.
In de krant van vandaag staat: ‘consumeren’ wordt ‘consuminderen’. Omdat we steeds minder consumeren, en dus eigenlijk meer consuminderen.
Ik vind het wel leuk gevonden. En ik hou wel van dat soort woordspelingen.
Zoals de sketch van Jacques Vermeire, die het had over het feit dat ze in Meerhout minder hout hadden dan in Minderhout, en dat ze daarom gingen hout halen in Houthalen, waardoor ze in Meerhout nu meer hout hadden dan in Minderhout. En ik denk dat Boom er ook nog ergens bij betrokken was.
Of het verhaal van een vriend, die een bakkerij in de Parkstraat in Leuven binnenstapte, en daar vertelde dat hij twijfelde tussen een meergranenbrood en een multigranenbrood, en het verschil vroeg. Waarop de vriendelijke bakkersvrouw met haar zwoele stem uitlegde dat er in een multigranenbrood meer granen zaten dan in een meergranenbrood. Waarop mijn vriend weer antwoordde dat hij wel zin had in een multigranenbrood, maar dat hij graag wat minder granen had, en dus liever een meergranenbrood had.
Of zoals Konstantinopel Kiekeboe, die de inflatie toepaste op de taal, en van de zin “Alle eendjes zwemmen in de vijver” maakte: “Alle tweetjes zwemmen in de zesser”. Veel, veel meer van dat soort woordspelingen staan in het bewuste Kiekeboe-album, De Ka-Fhaar, als ik me niet vergis.
Dit waterzakje is het enige tastbare souvenir dat ik overhou aan het treinongeluk van deze week. En geloof me, ik hoef geen andere souvenirs.
Ik vind zo’n zakje wel grappig. Het is de eerste keer dat ik zoiets zie, laat staan dat ik het vast heb. Het grappige is dat daar dus geen scheurhoekje of prikgaatje of wat dan ook in zit. Dat is gewoon een toegelast zakje met water. Zonder gebruiksaanwijzing.
Ik heb me er nog niet aan gewaagd om het te openen, maar volgens mij kletst de helft daar uit als je dat probeert open te scheuren. Aan de andere kant ben ik overtuigd dat iemand die het écht nodig heeft wel een manier zal vinden om het voorzichtig te openen en zuinig te genieten van dit kostbare wondermiddel.
Schol!
Zoals beloofd, het uitgebreide verslag (ahum, zéér uitgebreid) van mijn wedervaren op de Leuvense trein vanavond.
Een verslag zonder foto’s. Ik zat op de eerste rij om alles mee te maken, maar ik had geen fototoestel bij me. Op zo’n moment denk je wel ‘ns “Had ik nu maar een GSM met een camera” maar aan de andere kant ben je eigenlijk blij dat je daar de ramptoerist niet aan het uithangen bent. Niemand trouwens, ik heb geen enkel fototoestel gezien.
Wel cameramannen. Van regionale zender ROB-TV, van VTM, en wat later ook van de VRT. VRT en VTM hebben over het ongeluk bericht in hun journaal van vanavond, ROB doet dat morgen, Webpalet doet dat nu.
Ik was aan de late kant om mijn trein te halen vanavond. Ik was iets te laat vertrokken op mijn bureau, en ik was nog teruggelopen om mijn flesje water mee te gritsen. “Want,” dacht ik, “dat ga ik kunnen gebruiken als ik me zo moet haasten in dit weer.”
Na een behoorlijk snelle fietstocht kwam ik om 17.02h aan in het Leuvense station. Daar heb ik om 17.04h een trein over Brussel, die net het station binnenreed, en om 17.05h een trein over Mechelen. Dikkie kwam ook net toe, om die trein naar Mechelen-Antwerpen te nemen.
Wanneer ik toekom in het station, kijk ik altijd even op de tv’s of de treinen uit Brussel geen vertragingen hebben. Als dat wel het geval is, riskeer ik niet mezelf vast te zetten in Brussel, en ga ik over Mechelen. De treinen uit Brussel hà dden bijna allemaal vertraging, maar de trein naar Mechelen had óók een kwartier vertraging. Het was het dagje niet voor de treinen.
Twijfel. Ga ik over Mechelen, mee met Dikkie, of toch over Brussel. Beslissing: over Brussel. Hup die trein in. Ondanks een probleem in Diegem, waar we moeten passeren. We zien wel.
Op de trein ontmoet ik Paul, een mede-pendelaar die ook naar Dendermonde moet. Meestal knikken we enkel, maar nu knopen we een gesprekje aan. Over de vertragingen. “Maar,” zegt Paul, “met deze trein heb ik nog nooit problemen gehad.”
Amper een minuut later gebeurt het. Ken je dat geluid, wanneer je in de auto zit, en er vallen takken op het dak? Stel je dat geluid voor, maar dan veel luider. Je zit in de wagon, je bent nét het station uit en plotseling hoor je dat geluid. Gekletter. Getril. De trein hangt scheef op een brug. Je hoort een kabel knappen. En dan het gepiep van plooiend ijzer. Je ziet stukken naar beneden komen. De “voelsprieten” die op het dak van de trein staan (om de bovenleidingen af te tappen) plooien, en met een harde klap bungelt er plots een van die ijzerstellen naast het raampje waar je zit. En dan begint de trein hard af te remmen, en staat ze stil. Scheefhangend, op de brug.
Mannekes lieve deugd. Ik ben net thuis met drie uur vertraging, en dan valt dat nog mee, gezien de gebeurtenissen. Ik heb een pak te vertellen, dat ik rustig en gestructureerd ga proberen neer te pennen, om later op de avond of morgen te posten.
Maar kort: ik heb de trein van 17.04h in Leuven genomen, die om 17.06h de bovenleiding van het spoor aan flarden getrokken heeft, wat op zijn beurt de bovenkant van onze wagon vernield heeft. Gevolg: een kapotte trein, een serieuze bermbrand tussen de sporen met fikse rookontwikkeling, een complete verstoring van het treinverkeer tussen Leuven en Brussel, 2 uur wachten op een stilstaande, broeierige, rokerige trein tot we bevrijd werden en waterzakjes kregen, en het aanschouwen van de machteloosheid van de brandweer, die anderhalf uur nodig had om de plaats van de brand te bereiken.
Ondertussen zijn we veilig en wel thuis. Meer nieuws op allerhande tv-zenders, op het internet, en later op deze blog!
Vandaag is het 15 jaar geleden dat koning Boudewijn I van België overleed. God hebbe zijn ziel.
En ja, ik weet nog waar ik was toen ik het nieuws hoorde. Irrelevante info.
Velen vragen zich dezer dagen af hoe Boudewijn op de huidige politieke crisis zou gereageerd hebben.
Ik zit met een andere gedachte.
Ik wens koning Albert een goede gezondheid en nog vele jaren toe, maar wat zou er gebeuren moest hij nu, vijftien jaar na zijn broer, komen te overlijden? Nu, in het huidige politieke Belgische klimaat. Stel u voor…
De grote hereniging of de grote scheuring? Ik denk dat niemand dat kan voorspellen.
Maar zoals gezegd: ik hoop dat we het niet direct te weten komen. Ik wens onze kroonknakker nog vele rustige jaren. En een rustig pensioen. En zijn kinderen een mooie job.
Een mens komt al eens iets tegen op de trein. Allerlei verloren voorwerpen: een tas, een boek, een jas, een fietshelm, een zonnebril. Maar soms ook de wat meer bizarre vergeten zaken: een computermuis, een schoen, een onderbroek, een baksteen, een berg zand.
Vandaag viel mijn oog plots op een vlecht. Op de vloer. Een vlecht. Zo een door elkaar gestrengelde staart haar. Mensenhaar. Van een man of een vrouw, dat laat ik in het midden. 30 centimeter lang en een doorsnede van een dikke halve centimeter.
Een vlecht. Iets waar je jaren voor spaart, en wat je niet zomaar ‘achterlaat’ op de trein. Je vergeet je haar niet zomaar op de trein. Je echte haar, tenminste.
Dus kan de argeloze treinreiziger alleen maar gissen welk drama zich hier afgespeeld heeft. Heeft iemand met haar haar tussen de deuren van de trein gezeten? Was een treinvertraging zo tergend dat iemand er zich de haren van uit het hoofd getrokken heeft? Heeft hier een roepende en trekkende ruzie plaatsgevonden? Heeft een vennijnige conducteur meer dan alleen maar kaartjes geknipt? Is iemand beroofd van het haar tijdens de slaap? Of gaat het over een weddenschap? Of iemand die bij deze hitte dat lange haar meer dan beu was?
We zullen het wellicht nooit weten. Maar doe me een plezier: als je in het station van Leuven een meisje ziet lopen met één vlecht, vraag haar dan toch eens wat er precies gebeurd is.
Deze ochtend ben ik bijna vergeten uit te stappen in het station van Mechelen. En dat lag niet aan de verstrooidheid na een warme, slapeloze nacht, maar aan onderstaande advertentie van Tele-Onthaal, waar ik behoorlijk verdiept in was.
In de zomer houdt De Standaard altijd plaats vrij voor gratis advertenties voor non-profit-organisaties, zoals Amnesty International, Kom Op Tegen Kanker, de Aidstelefoon, …
Die organisaties krijgen van de krant dan een hele pagina, waarop ze zo origineel mogelijk moeten proberen te zijn. De Solidariteitsprijs, heet dat. En het levert soms pareltjes van originele advertenties op.
De advertentie van Tele-Onthaal (telefoonnummer: 106) is een bladzijde uit het telefoonboek. Maar een bladzijde waarin werk gestoken is.
De grote versie werd geleverd door Saatchi, het reclamebureau achter de advertentie. Waarvoor dank!
Elke naam op de bladzijde is een ‘probleem’: Boule Mieke, De Smet-Vrees bvba, de familie Examen-Stress, de familie Graet-Mager, Miss Begrepen, Achterlijke P., Failliet A., Pressie D., Martel G., Weeskin D., …
Het stopt niet bij de namen. Bij elke naam hoort een bijpassend adres. Zo woont Crimi Neel op de Krapullekensbaan, Gebuis D. in de Leerstraat, de familie Angst-Haas in de Poepersdreef, Alleenstaand E. op de Singel, de familie Geenen-Job op Baan 12, de familie Geenen-Seks op Drogenbos 68, T. Vermink op de Scheermesbaan en de familie Stotter-Aars in de Hottentottententententoonstellingstraat.
En zo gaat het maar door. Een aanrader voor lezers van De Standaard! Allen naar pagina 18, en bestuderen maar!
En o ja… Er staat één echte naam tussen. Een kritische knipoog van de Tele-Onthaalders. Zoek in Kolom 3 naar Leen A. uit de Vrijgezellenstraat, en kijk wie er na haar komt in het alfabet, en waar hij woont…
De deugnieten. Misschien zit de geviseerde persoon in kwestie nu eenzaam te huilen in een hoekje.
Hij kan maar beter snel een telefoontje doen naar 106.
De afgelopen twee weken waren Eveline, Kobe en ik met vakantie. Vandaar ook de redelijke blogstilte.
Aha, denkt u nu, jullie waren op reis. Wel, neen, eigenlijk. We zijn op vakantie geweest in Dendermonde. Thuis dus. En dus ik had de hele tijd toegang tot computer en internet, maar de computer aan de kant laten is ook een beetje vakantie.
Er zijn heel wat nuttige klusjes in huis gebeurd, maar we hebben vooral twee hele fijne weken gehad met ons drietjes. En we zijn helemaal klaar om er maandag weer in te vliegen!
Ik vraag me eigenlijk af…
Waarom rijden gepensioneerden steevast hun gras af op zaterdag?
Een gemiddelde werkmens rijdt zijn gras af op zaterdag omdat hij tijdens de week geen tijd heeft en omdat het op zondag niet mag van het gemeentelijk reglement. Maar van gepensioneerden verwacht je dat er weinig verschil is tussen een weekdag en een zaterdag, en toch rijden de gepensioneerden uit de buurt trouw hun gras af op zaterdag…
Is het omdat gepensioneerden een drukker bestaan leiden dan we wel denken, en omdat ook zij tijdens de week geen tijd hebben?
Is het omdat gras afrijden op zaterdag een groepsgebeuren is, en doen ze mee om er bij te horen? Gras afrijden op zaterdag, een ritueel!
Of is het omdat je leven lang het gras afrijden op zaterdag zo’n ingebeitelde gewoonte is, die je na 40 jaar niet meer zomaar verleert…?