Maar enfin toch!
Ze gaan bij De Standaard tegenwoordig toch wel héél ver in de sensatiezucht en in rapporteren over de privé-problemen van BV’s…

Laat die mens dat toch in zijn eentje verwerken…
Kleuren, bedenkingen, gedachten en verzinsels in de webstraat
Maar enfin toch!
Ze gaan bij De Standaard tegenwoordig toch wel héél ver in de sensatiezucht en in rapporteren over de privé-problemen van BV’s…

Laat die mens dat toch in zijn eentje verwerken…
Voor wie het zich zou afvragen: ja, ik fotografeer zo af en toe nog wel eens. Er verschijnt hier de laatste tijd bitter weinig over foto’s of fotografie, en dat heeft eigenlijk nog altijd veel te maken met de achterstand die ik opgelopen heb tijdens onze verbouwings- en verhuismaanden. Het tellertje van mijn Lightroom-mapje ‘te bewerken’ stond continu boven de 500, en heeft zelfs eventjes een piek van 900+ gekend.
Maar ondertussen zijn we langzaam maar zeker aan het bijwerken. De teller stond gisterenavond op 136 te gaan. En dat is grotendeels te danken aan het feit dat ik na meer dan twee maand de reportagereeks van het doopsel van Korneel, Lore en Simon – drie vriendjes van Kobe – afgewerkt en afgeleverd heb.
De hele reeks krijgt u hier niet te zien – daarvoor is een doopsel een te persoonlijk gebeuren, vind ik – maar deze leuke foto van Korneeltje die gewapend met eend een brul laat horen vanop de schouder van zijn moeke, wilde ik er toch even uit lichten.
Maar enfin toch!
Okee, ik ben niet de mooiste mens die er rondloopt. En ik denk soms wel eens dat het slechts een kwestie is van maanden voor ik een bril zal nodig hebben. En misschien komt mijn politiek gedachtengoed overeen met dat van Marc Reynebeau.
Maar om mij daarom zijn evenbeeld te noemen???
Doe de stemtest, en ontdek dat u misschien het evenbeeld van de lelijke bultenaar van drie straten verder bent.
Ha! Dat zal u leren!
Deze ochtend ontstond een kleine file op een druk kruispunt in Leuven-centrum.
De wegen van een studentikoos, fietsend koppel scheidden na dat kruispunt; hij moest naar rechts, zij moest naar links. Dus besloten in het midden van het kruispunt halt te houden om elkaar nog even hartstochtelijk te zoenen.
Niets kon de hartstocht in hen doven – de luide toeters van de boze automobilisten gingen volledig aan hen voorbij.
Wat ze deden was roekeloos, onverantwoord, storend, levensgevaarlijk en geflipt! Zonder meer!
En eigenlijk toch wel een beetje schattig en romantisch, neen?
O! O! O!
In navolging van mijn vorig bericht heb ik een subliem idee!
Zou het geen gewèèèldig marketingplan zijn om een nieuwe politieke partij op te richten, met als naam ‘Ongeldig’? Met zo gevatte slogans als: “STEM ONGELDIG!”
Als de mensen nu een bolleke zien staan met ‘Ongeldig’ ernaast, zouden ze dat dan niet kleuren? Of ‘Blanco’?
Man, het politieke potentieel! Ik haal op mijn eentje een absolute meerderheid!
Moehahaha, leve het politieke ongenoegen!
Een hele tijd geleden schreef ik op deze blog over de dopingzondaars in de wielrennerij. Over de stielbedervers: er waren zoveel positieve gevallen dat niemand nog geloofde dat er ook maar één zuivere wielrenner in het peleton reed. Wat uiteraard heel jammer is voor het handjevol enthousiastelingen dat het goed bedoeld, en op een eerlijke manier naar de top is doorgestoten.
Vandaag kan ik hetzelfde schrijven over de politiek. Er zal tussen de hele hoop corrupte en misselijkmakende mensen wellicht nog één witte raaf zitten die het beste voorheeft met de mensen en met de democratie, maar hij zal niet geloofd worden – daar zorgt al het moddersmijtend crapuul rondom hem wel voor.
O pas op, ik betwijfel niet dat er heel veel goudeerlijke mensen zijn die met de beste bedoelingen in de politiek stappen. Dat er veel idealisten dromen van een betere wereld en denken: “ik draag zelf mijn steentje bij”. Net zoals er ontelbaar veel sportieve jongeren én ouderen zijn die fietsen, fietsen, fietsen met als enige drug misschien een slokje Isostar. Maar die wielerenthousiastelingen rijden mee met kermiskoersen, en bereiken nooit het peleton van de Tour, waar het spel hard gespeeld wordt.
Same story voor die goudeerlijke, goedbedoelende politici: verder dan wijkpolitiek raken die mensen niet – ze krijgen om de schijn op te houden een plaatsje op de grote lijst, maar de verkiesbare plaatsen zijn weggelegd voor de grote jongens die bereid zijn het politieke spelletje mee te spelen.
Dat is het trieste beeld dat exact 1 maand voor de verkiezingen rond ‘de politiek’ hangt. M’n medeleven aan alle eerlijke politici.
Zullen we anders met z’n allen op 7 juni ongeldig stemmen?
Hooi op de vork van al wie beweert dat een meeting van bloggers een nerdy bedoening is waar iedereen naar een schermpje zit te loeren:
“Moehahaha,” lachen de afwezigen nu. En zoals steeds hebben ze ongelijk. Want de à à nwezigen weten dat deze foto slechts een momentopname is, en dus een vertekend beeld, dat fotografie in wezen eigenlijk gemene manipulatie is, dat Bruno en Maarten fijne sociale mensen zijn en dat het in werkelijkheid zeer gezellig en fijn was op de Blogmeet vorige vrijdag.
Politiek correctere sfeerfoto’s staan in de Flickr groep.
Allee vooruit, we hebben ook ne keer van stemtesteken gedaan.

Mjah, best wel boeiend. Over het algemeen niet zo verrassend, al had ik een paar dingen toch liever iets anders gezien.
Weet ik nu op wie ik over een maand ga stemmen? Pfffft, neet jong. De ene hebben het verbrod, de andere zijn het aan het verbrodden, nog andere stem ik van mijn leven niet op, andere stem ik in mijn volgende levens ook niet op, en zo is er met elke partij wel iets.
En dan die eenmanspartij bovenaan. Als ik daar op stem, gaat mijn stem verloren, want die halen de kiesdrempel niet. Maar als iedereen zo redeneert, wordt dat een self fulfilling prophecy en halen ze zéker de kiesdrempel niet. Dus ja, foute redenering, en toch maar stemmen?
Prrrt.
Ondertussen zijn we al een dikke twee maand verhuisd – wat vliegt de tijd toch snel.
Alle dozen zijn ondertussen al lang uitgepakt, en alles heeft een plaatsje gekregen. We voelen ons helemaal thuis in ons huisje!
Maar twee maanden na verhuis miste ik nog één kleinood: mijn zonnebril. Het kan iets onnozels lijken, maar ik miste mijn zonnebril met de dag meer en meer. Ik heb heel gevoelige ogen, wat mij het voordeel van nachtzicht oplevert, maar wat er eveneens voor zorgt dat de minste zonnestraaltjes genoeg zijn om mij mijn ogen helemaal te doen dichtknijpen. Niet erg handig is dat.
Omdat autorijden met gesloten ogen nog minder handig is, bewaar ik permanent een exemplaar in de auto. En de afgelopen weken heb ik dat exemplaar soms geleend voor een fietstocht, of om in de tuin te zitten. Maar ik mocht absoluut niet vergeten om achteraf het ding terug in de auto te leggen, dus dat begon ook wat ambetant te worden.
Dus na vijf keer de garage ondersteboven gehaald te hebben in de overtuiging dat de bril zéker niet in huis lag, heb ik dit weekend de knoop doorgehakt en een goedkoop depannage-exemplaar van 9 euro gekocht. Geen fantastische bril, maar genoeg om mij tegen de ergste stralen te beschermen, in afwachting van het blijde terugvinden van mijn kwalitatief exemplaar.
Zaterdagavond lag ik de aankoop en het gemis nog even te bespreken met mijn eega in het echtelijk bed, toen zij plots dacht: “laat ik eens in het nachtkastje kijken”. Uiteraard leverde die speurtocht niets op; een zonnebril in een nachtkastje is immers even nuttig als een pakje tabak in een gezondheidskit, als een dikke wollen muts in een reiskoffer naar Spanje, als een stereohoofdtelefoon voor Vincent Van Gogh, als een modeboetiek in een naturistenpark: de zon schijnt namelijk zelden tot nooit in onze slaapkamer ‘s nachts.
Maar toch. Misschien was mijn vrouw bij de verhuis voorzienig geweest voor als de dag des oordeels aanbreekt, de apokalyps, wanneer de zon feller schijnt dan 1000 sterren bij elkaar, en het zonlicht in het midden van de nacht dwars door onze rolluiken heen de hele slaapkamer hel verlicht. Als dà t gebeurt, wil ik mij misschien nog eens omdraaien en wat verder slapen, en dà n kan een zonnebril handig zijn. Dus voor alle zekerheid keek ik na de zoekactie van mijn vrouw in haar nachtkastje toch ook maar eens in mijn nachtkastje.
En ja hoor. Daar lag hij al meer dan twee maanden op mij te wachten: mijn oude, vertrouwde zonnebril, in zijn verweerde doosje. Het weerzien was zo intens gelukkig, dat ik het ding de hele nacht gedragen heb.
De moraal: ben je iets kwijt, zoek dan altijd op alle plaatsen, ook de meest onmogelijke. En koop een goedkope vervanging: dan vind je je gemis geheid dezelfde dag nog terug.
Zaterdagochtend, 10 uur. De massa wil consumeren. Iedereen tegelijkertijd, iedereen hetzelfde. De nummertjes van het vlees spreken boekdelen: 573 ligt bovenaan, 529 wordt tegelijkertijd afgeroepen. Er zijn 44 wachtenden voor u.
Iedereen baant zich een weg door de goederen, het karretje als stootram gebruikend. Pijlen worden genegeerd, blokkades worden opgeworpen.
In de koelcel gaat is de strijd het heetst. Iedereen wil tomaten, er wordt net niet mee gesmeten. De toren met gratis yoghurtjes smelt als sneeuw voor de zon. Jengelende kinderen schreeuwen in het rond.
Maar dan moet de echte strijd nog beginnen. File bij het verlaten van de koelcel. File? File, ja: de kassarij komt tot hier. Kassarij? Excuseer – kassamassa. Iedereen baant zich een weg richting betaalpunt en uitgang, en iedereen wil de eerste zijn. De weg naar de kassa’s is lang, en veel kruispunten liggen op die weg. Kruispunten waarlangs veel verkeer wil invoegen; de sluipweg naar de kassa’s loopt langs de droge voeding.
Iedereen staat op zijn strepen. Jong of oud, man of vrouw, arbeider of bediende, kinderen of geen kinderen: deze strijd brengt het slechtste in iedereen naar boven. Een man duwt zijn karretje in het gat van zijn voorganger, om zeker te zijn dat er geen gaatje ontstaat. Een andere man komt uit een zijrij, en eist zijn shortcut op, met een blik in de ogen “ik heb een karretje en ik ben niet bang om het te gebruiken”. Een vrouw veinst dat ze even moet passeren om aan de diepvriesfrieten te kunnen, en voegt terstond in de kassarij in, naglunderend van haar lepe truc. Een oudere man steekt iemand zonder excuus voorbij, en lacht: “het leven is voor de rappe!”. Een oude dame triomfeert omdat ze de snelste en oneerlijkste weg van frigo naar kassa gevonden heeft. Een vriendelijke dame probeert het rits-principe toe te passen en laat iemand voor, terwijl ze haar eigen wachttijd ziet oplopen en haar ijscrème het stilaan op een lopen zet.
De kassa’s draaien op volle toeren, de kassiers werken onder stress, het geld stroomt binnen. Crisis? Welke crisis?
Buiten aangekomen zijn alle winkelkarretjes weg, en komen dà à r de lepe truuken boven om als nieuwkomer een karretje te bemachtigen voor de persoon die daar al tien minuten staat te wachten op zijn winkelvehikel. De gehandicaptenplaatsen zijn allemaal bezet, door familiewagens met kwieke dertigers of door dikke karren met kranige veertigers.
Naar de Colruyt gaan op een zaterdag na een vrije dag, en tijdens een communieweekend: eigenlijk had ik slimmer moeten zijn en op voorhand moeten weten dat het een deprimerende ervaring zou zijn. Op zo’n moment verandert de supermarkt in een autostrade, waar charmante huisvaders plots transformeren tot agressieve chauffeurs die hun plaats opeisen.
Ik weet ook dat die dingen – en nog veel ergere dingen – ook gebeuren als ik er niet ben. Maar toch, ergens denk ik dat ik gelukkiger ben als ik die dingen gewoon niet zie. Voortaan gebeuren de boodschappen dus op weekavonden.
Een zeer leerrijk filmpje. Een must-see voor wie anno 2009 nog stééds Facebook gebruikt.
— via STEW
Aha. Er was blijkbaar wat onduidelijkheid omtrent de titel en de bedoeling van het vorige bericht.
Een tip: Wikipedia is uw vriend.
Of nog: zoek de URL in de woordendril.
Alstublieft.
Bologna lijkt deze week een stad in Vlaams-Brabant te zijn
Leuven is het schouwtoneel waar de conferentie zich ontvouwt
Overal politie, overal versperringen, een belegerd terrein
Gezellig is anders, de stad is blauw en koud.
Maar de Dijlestad wordt ‘dra bevrijd
Eerstdaags, op vrijdag 1 mei is het opnieuw feest
Eerherstel aan de stad en de gezelligheid
Triomferend roepen alle dorstigen, één van geest:
…
Bloggers aller landen worden op d’Aa Met verwacht
En drinken, babbelen, knabbelen tot een ‘kot’ in de nacht!